Begrippenlijst
Aankoopsom
Het bedrag dat u betaalt voor een huis, zoals vastgelegd in het koopcontract.
Afbetalen van de hypotheek
Meestal gebeurt dat in maandelijkse termijnen, samen met de
rentebetalingen. Ook afbetalingen per kwartaal, per halfjaar of per jaar komen voor. De rente is dan iets hoger.
Afkoopwaarde
De opgebouwde waarde van een levensverzekering of
spaarpolis welke wordt uitgekeerd bij beëindiging.
Aflossingsvrije
hypotheek
Tijdens de looptijd van de hypotheek hoeft niet te worden afgelost in contanten of via een polis.
Afsluitkosten
Alle kosten die u maakt voor het afsluiten van een hypotheek.
Zoals notaris-, taxatie-, administratie- en afsluitkosten
van de geldgever.
Afsluitprovisie
Door de bank in rekening gebracht bij het afsluiten van een hypotheek.
Aftrekpost
Het totale bedrag dat u in mindering kan brengen op uw bruto
inkomen. De rente van de hypotheek in geval van aankoop
en de kosten zoals genoemd onder afsluitkosten.
Akte van levering
De notarisakte van de overdracht van het onroerend goed.
Annuïteiten
hypotheek
Rente en aflossing vormen samen een vast maandbedrag. U
lost langzamerhand meer af, terwijl het renteaandeel daalt. De nettomaandlast stijgt.
Appartementsrecht
U koopt exclusief gebruiksrecht van een deel van het gebouw.
U krijgt bevoegdheid tot het gebruik van een bepaald appartement en gemeenschappelijke ruimten.
Bouwhypotheek
Hiervan is sprake als het om een nieuwbouwwoning
gaat. We spreken ook wel van een depotlening,
hypotheek met bouwdepot of een hypotheek met
depotstorting. Een bouwhypotheek kan ook verstrekt
worden, wanneer een bestaande woning verbouwd
wordt.
Borgstelling
Hierbij verklaart een ander persoon dan de geldnemer,
bijvoorbeeld een familielid, dat hij bereid is m.b.t.
(een deel van) de lening borg te staan.
Canon
De vergoeding voor erfpacht. Courtage
Bemiddelloon voor de makelaar. Meestal een percentage
van de koopsom.
Dalrente
Indien na ondertekening van de offerte de rente omlaag gaat
voordat de hypotheekakte wordt gepasseerd, past de geldgever de rente aan.
Effectieve rente
Bij de berekening van de effectieve rente wordt naast de nominale
rente ook rekening gehouden met de effecten van eventuele afsluitkosten,
het tijdstip van betalingen
en het aantal betalingen dat elk jaar moet worden gedaan.
Eigendomsakte
Na de koop van een huis krijgt u van de notaris een eigen
domsakte. Dit is een door het kadaster gewaarmerkt afschrift van de transportakte.
Eigendomsoverdracht
Op het moment van ondertekening van de koopakte is
de eigendom van de woning nog niet op de koper
overgegaan. Dit gebeurt pas als, enkele weken later, de
transportakte is ondertekend en deze in de daarvoor
bestemde registers is ingeschreven.
Erfdienstbaarheid
De eigenaar van een onroerend goed moet het anderen toestaan
om bijvoorbeeld over terrein te lopen. Een erfdienstbaarheid hoort
bij het huis en is geregistreerd bij het
kadaster.
Erfpacht of eigendom
In sommige gevallen is de grond niet het eigendom van
de huiseigenaar, maar is de grond gepacht. De grond
heeft dus een andere eigenaar maar mag tegen
vergoeding voor een lange periode gebruikt worden.
Executiewaarde
Dit is de vermoedelijke opbrengst van de woning op een
publieke veiling bij een gedwongen verkoop.
Expiratiedatum
Een datum waarop een contract of een onderdeel daarvan afloopt,
bijvoorbeeld het einde van een hypotheekcontract of een rentevaste periode.
Extra aflossing
Extra aflossingen zijn vaak boetevrij tot een bepaald bedrag. Daarboven is een boeteclausule van toepassing.
Financieringskosten
Het totaal van alle kosten die u maakt bij het afsluiten van een
hypotheek, bijvoorbeeld taxatiekosten, courtage,
notariskosten, registratiekosten en de afsluitprovisie.
Herbouwwaarde
Dit is het bedrag dat nodig is om de woning te
herbouwen, waneer deze bijvoorbeeld door brand
verloren zou gaan. Deze waarde is met name van belang
bij het afsluiten van een verzekering voor de woning.
Hypotheek
Het recht om een vordering bij voorrang te verhalen op
de opbrengst van een registergoed dat aan een ander
toebehoort.
Hypotheekaktekosten
De kosten die door de notaris worden berekend voor het passeren
van de akte, vermeerderd met de kosten voor registratie in het hypotheekregister.
Hypotheeknemer
Dit is de geldgever. Ook wel hypotheekhouder genoemd.
Instaprente/
oriëntatierente
De hypotheek kan binnen een periode van twee jaar één keer kosteloos worden aangepast als de rente daalt.
Kadaster
Vastlegging van eigendom van alle roerende zaken. Ook
wel hypotheekkantoor genoemd. Belast met indeling van
percelen(bebouwing met grond eromheen).
Koop-/
aannemingsovereenkomst
Zo wordt een koopakte genoemd bij een nieuwbouwwoning.
Deze heeft betrekking op een nog te bouwen of af te
bouwen huis. Deze akte bevat twee elementen:
De koopovereenkomst
Hierin verkoopt de verkoper een stuk bouwgrond aan de
koper.
Aannemingsovereenkomst
Hierin geeft de koper opdracht aan de aannemer om op
de bouwgrond te bouwen. In de overeenkomst worden
de prijs van de bouwgrond en de bouwkosten
(meestal in termijnen) genoemd.
Koopakte
Koopovereenkomst van de woning, meestal opgesteld door
een makelaar of een notaris.
Koopopdracht
De aspirant koper geeft een makelaar een koopopdracht.
De makelaar gaat op zoek naar een woning en onderhandelt
met de verkoper over de prijs.
Kosten koper (k.k.)
De overdrachtsbelasting en de notariële kosten zijn voor de koper,
plus de afsluitprovisie en eventuele makelaarskosten. Alles bij
elkaar bedragen de k.k. ongeveer 10 procent van de koopsom.
Levenhypotheek
Pas na de looptijd van de hypotheek lost u de lening af. Tot
die tijd betaalt u rente over de hypotheek plus een premie voor een levensverzekering waarmee de aflossing
wordt opgebouwd.
Lineaire
hypotheek
Ieder jaar lost u hetzelfde bedrag af, het rente bedrag daalt. De netto maandlast wordt dus steeds lager.
Makelaar
Een makelaar helpt onder andere bij het verkopen van uw huis
en/of helpt bij het zoeken naar een nieuwe woning. Hij kan de woning taxeren en voor u onderhandelen.
Meeneemregeling
Regeling voor als u uw oude woning al heeft verkocht, maar
nog geen nieuwe woning heeft gekocht. Binnen de termijn van een meeneemregeling kan de oude hypotheek
worden opgenomen in de nieuwe, zodat u geen hypotheek tegen ongunstiger voorwaarden hoeft af te sluiten.
Nationale Hypotheek Garantie
Met een garantieregeling wordt gegarandeerd dat de
geldgever zijn geld altijd terugkrijgt. De stichting
Waarborgfonds Eigen Woningen stelt zich voor de koper
garant jegens de geldgever.
Netto werkelijke rente
De werkelijke kostprijs van een hypotheek.
Nominale rente
De rente die door de maatschappijen gehanteerd wordt zonder rekening te houden met de bijkomende kosten.
Notaris
Zonder tussenkomst van de notaris kan de formele overdracht van een
huis niet geregeld worden. De koper bepaalt welke notaris wordt ingeschakeld.
Omzetbelasting
Bij een nieuw te bouwen woning moet er omzetbelasting
worden betaald (BTW).
Ontbindende voorwaarden
In een koopovereenkomst wordt opgenomen dat deze
zonder kosten kan worden ontbonden als u de financiering,
de Nationale Hypotheek Garantie of de woonvergunning e.d.
niet rond kunt krijgen.
Opzegtermijn
Aan het einde van iedere rentevaste periode en bij verkoop kan
een hypotheek worden opgezegd. Hierbij moet gewoonlijk een zekere
termijn in acht worden genomen.
Opstal
Het woonhuis.
Overbruggingskrediet
Als iemand een woning wil kopen en hij zijn oude woning
nog niet verkocht heeft kan hij de nieuwe woning niet
financieren. Het overbruggingskrediet dekt dan het bedrag
dat de oude woning gaat opleveren.
Overdrachtsbelasting
6% belasting over de koopsom bij aankoop van een woning.
Oversluiten
Het opnieuw afsluiten van de hypotheek tegen betere voorwaarden of een lagere rente.
Overwaarde
Men spreekt van een overwaarde als de verkoop- of
marktwaarde van een huis hoger is dan de restantschuld van de hypotheek die erop rust.
Passeren
Het tekenen van de transportakte in het bijzijn van de
notaris. Daarna is het de taak van de notaris om de akte
te laten inschrijven in de openbare registers.
Rentevaste periode
De periode waarvoor de rente constant blijft. De meeste
geldgevers laten de cliënt de keuze uit verschillende
perioden.
Restanthoofdsom
Dit is het deel van de lening dat nog niet afgelost is.
Verder mag de geldgever achterstallige rente en gemaakte
kosten achterhouden uit de opbrengst van de verkoop.
Roerende zaken
Verplaatsbare zaken, in tegenstelling tot een onroerende zaak.
Spaarhypotheek
Een vooraf afgesproken en gegarandeerd eindbedrag wordt uitgekeerd
na verloop van de looptijd. Deze aflossing wordt sparend opgebouwd
en is onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belasting.
Taxatierapport
Een zo objectief mogelijke waardebepaling, opgesteld door
een onpartijdige deskundige. Meestal dus door een
(onafhankelijke) makelaar.
Tophypotheek
De tophypotheek biedt mogelijkheid tot lenen boven de
executiewaarde.
Transportkosten
Kosten die de notaris berekent voor het opmaken van de
notariële transportakte en de kosten van inschrijving van
die akte in de openbare registers.
Tweede hypotheek
Een hypotheeklening, naast de eerste, bijvoorbeeld om het huis te
verbouwen.
Voorlopig koopcontract
Een misleidende term. Tekent u een voorlopig koopcontract
dan is de koop wel degelijk definitief. Het voorlopige zit in
het feit dat het contract niet bestemd is om als een
transportakte te worden ingeschreven.
Vrij
op naam (v.o.n.)
Notariskosten en BTW of overdrachtsbelasting zijn bij de koopsom
inbegrepen. De hypotheekaktekosten en de kosten voor inschrijving
in het kadaster zijn niet inbegrepen.
Vrije verkoopwaarde
De waarde van een huis als het in de normale situatie van vraag en aanbod zou worden verkocht.
Waarborgsom
Om te zorgen dat de koper zijn verplichting nakomt om de
woning af te nemen en te betalen moet hij een
waarborgsom betalen. Ook wordt er tegenwoordig
wel gebruik gemaakt van een bankgarantie.
Winstdeling
Is van toepassing bij een conventionele vorm van levens
verzekering. Waardoor een hogere uitkering op de einddatum door het jaarlijks bijschrijven van een percentage
van de maatschappijwinst.
|