Meer eigen geld meebrengen.

De hypotheekregels zijn de afgelopen tijd aangescherpt. Zo komen huizenkopers sinds 1 januari 2013 niet meer voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking als ze hun huis met een aflossingsvrije hypotheek willen financieren. Op zichzelf betekent – het volledig moeten aflossen – voor veel huizenkopers hogere gemiddelde maandlasten. Daarnaast wordt stapsgewijs elk jaar het maximale bedrag dat huizenkopers kunnen lenen (de LTV) teruggeschroefd. Konden huizenkopers in 2011 nog 110% van hun woningwaarde lenen en daarmee naast hun nieuwe woning ook de overdrachtsbelasting en de overige kosten koper financieren, sinds begin dit jaar bedraagt de maximale lening 101% van de waarde van het huis. Dat betekent voor de meeste huizenkopers dat ze eigen geld moeten meebrengen om een woning te kunnen kopen.Vanaf 01-01-2018 bedraagt de maximale lening 100% van de marktwaarde van het huis na verbouwing indien van toepassing.

Schenking voor de eigen woning.

Ouders mogen hun kinderen tussen de 18 en 40 jaar eenmalig een hoge schenking doen waarover geen schenkbelasting hoeft te worden betaald. Deze hoge schenking mag maximaal € 25.526 bedragen. Houdt de schenking verband met de eigen woning van het kind (bijv. aankoop, onderhoud, aflossing eigenwoningschuld) of een dure studie dan is het vrijgestelde bedrag zelfs € 53.176.

De hoge vrijstelling van € 100.000 is per 01-01-2017 voor de eigen woning onder bepaalde voorwaarden weer mogelijk. Nieuw is dat de schenkingen niet meer beperkt zijn van ouder aan kind. Daarnaast kan de verhoogde vrijstelling over 3 opeenvolgende kalenderjaren worden uitgesmeerd.

Uw Alpha adviseur kan de situatie exact in kaart brengen. Maak direct een afspraak met Alpha Hypotheken voor een gratis advies. Bel tijdens kantooruren 0172 446180 of verstuur het contactformulier.

Eerst sparen dan kopen

In 2018 zal de verhouding tussen lening en waarde van het huis maximaal 100% bedragen. Dat betekent dat huizenkopers dan ten minste de volledige kosten koper (inclusief overdrachtsbelasting) zelf moeten meebrengen. Om een woning van 200.000 euro te kopen betekent dat dit al gauw dat woningkopers een spaarpotje van een kleine 10.000 euro moeten meebrengen. Zo zullen huizenkopers niet eerder dan dat zij dat bedrag bij elkaar hebben gespaard over kunnen gaan tot de aankoop van een woning. De meerderheid
van de respondenten op de Vraag van Vandaag  lijkt op zich niet afkeurend te staan tegen het meebrengen van eigen geld bij het kopen van een woning. Zes van de tien ondervraagden (59%) geeft aan dat ze het eens zijn met de stelling dat huizenkopers eigen geld mee moeten brengen.

beperking hypotheekrente aftrek per 01-01-2014

De nieuwe, strenge hypotheekregels worden mogelijk versoepeld. Het kabinet gaat onderzoeken of dat mogelijk is. In de eerste kamer gaan stemmen op om nieuwe huizenkopers maar de helft van hun hypotheek verplicht te laten aflossen in plaats van het hele bedrag.

Dat bleek tijdens een debat in de Eerste Kamer, meldt de NOS. Vanaf 1 januari moeten nieuwe huizenkopers meteen beginnen met het aflossen van hun hele hypotheek. Een meerderheid van de Eerste Kamer vreest dat potentiële huizenkopers dan worden afgeschrikt door de hogere woonlasten.

Een meerderheid wil daarom dat huizenbezitters slechts de helft van hun hypotheek verplicht moeten aflossen. Zo zou de woningmarkt gestimuleerd moeten worden.

Minister Blok (Wonen) gaat de versoepeling nu onderzoeken. In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek worden de strenge regels voor nieuwe hypotheken op 1 januari 2013 wel gewoon van kracht.

Bron: OverGeld.nl

Nabestaandenpensioen – welke sporen laat u na?

Op sommige financiële regelingen doe je liever geen beroep. Het nabestaandenpensioen is daar een goed voorbeeld van. Meestal zelfs een slecht voorbeeld! Vooral als een werknemer vaak van baan wisselt, kan dit grote gevolgen hebben voor de hoogte van het nabestaandenpensioen. De financiële gevolgen voor de achterblijver(s) zijn dan vaak schrijnend. Het zijn sporen die je liever niet nalaat.

Oorzaak
Dat partner en kinderen vaak minder goed financieel verzorgd achterblijven, heeft een duidelijke oorzaak. In veel pensioenregelingen is de hoogte van het nabestaandenpensioen direct afhankelijk van de diensttijd die de werknemer maximaal kan volbrengen tot zijn of haar pensioendatum.

Wat krijgt ú?
Vermoedelijk heeft u daar niet direct een antwoord op. Een voorbeeld zet vaak aan het denken:

Een 25-jarige kan maximaal 42 dienstjaren volmaken bij zijn werkgever.
Zijn verzekerde nabestaandenpensioen bedraagt:
40 dienstjaren * 1,225% = 51.45% van de pensioengrondslag.

Zijn 40-jarige collega is net in dienst getreden en kan 25 dienstjaren bereiken.
Zijn verzekerde nabestaandenpensioen bedraagt:
27 dienstjaren* 1,225% = 33,08% van de pensioengrondslag.

Constateren en repareren
Stel dat beide werknemers een pensioengrondslag hebben van € 40.000.
Dan krijgt de partner van de 25-jarige een nabestaandenpensioen van € 20.580 per jaar. De partner van de 40-jarige krijgt echter veel minder; slechts € 13.232 per jaar.
Dat betekent dus een tekort van € 7.348 ofwel ruim € 600 per maand! Die ongelijkheid in zekerheid vraagt om maatregelen.

Betere sporen nalaten?
Laten we eens kijken wat het nabestaandenpensioen voor uw partner is indien u onverhoopt komt te overlijden. Er zijn diverse manieren het eventuele inkomenstekort vanaf nú te repareren. Neem tijdens kantooruren contact op met: tel. 0172 446180 of verstuur het contactformulier.