Vanaf 1 januari 2018: beperkte gemeenschap van goederen

Waar heb ik recht op als ik trouw in gemeenschap van goederen?

Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, geldt automatisch de wettelijke gemeenschap van goederen. Alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden zijn van u en uw partner samen. Bij scheiding krijgen beide partijen 50% van alle bezittingen en schulden. Vanaf 1 januari 2018 gelden er nieuwe regels. Dan geldt een beperkte gemeenschap van goederen.

In gemeenschap van goederen of onder voorwaarden

Als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap sluit kunt u kiezen uit:

  • trouwen in gemeenschap van goederen;
  • trouwen onder huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden.

Als u geen keuze maakt, trouwt u automatisch in gemeenschap van goederen.

Voor 1 januari 2018: trouwen in gemeenschap van goederen

Trouwt u voor 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen? Dan gelden voor u de volgende regels:

  • Alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden zijn van u en uw partner samen.
  • Erfenissen en schenkingen vallen in de gemeenschap van goederen. Soms en onder bepaalde voorwaarden vallen bezittingen en schulden hier buiten. Bijvoorbeeld bij een erfenis als de erflater dat zo heeft bepaald.
  • Een eigen onderneming valt automatisch in de gemeenschap van goederen. Schuldeisers kunnen dan op alle gezamenlijke bezittingen verhaal halen.
  • Bij scheiding krijgen u en uw partner 50% van alle bezittingen en schulden.

Vanaf 1 januari 2018: beperkte gemeenschap van goederen

Trouwt u op of na 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen? Dan geldt automatisch een beperkte gemeenschap van goederen. Hieronder vallen:

  • Bezittingen en schulden die vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap van u en uw partner samen waren.
  • Bezittingen en schulden die u en uw partner tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap krijgen.
  • Een onderneming als u deze tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap start.

Bij scheiding krijgen u en uw partner beiden 50% van alle bezittingen en schulden die in de wettelijke gemeenschap van goederen vallen.

Bij beperkte gemeenschap van goederen is niet alles van u samen

Vanaf 1 januari 2018 vallen niet meer alle bezittingen en schulden in de gemeenschap van goederen:

  • Bezittingen en schulden die alleen van u waren voor het huwelijk of geregistreerd partnerschap blijven alleen van u.
  • Erfenissen of schenkingen die u voor of tijdens het huwelijk krijgt blijven van u. De erflater of schenker kan wel in het testament bepalen dat uw partner ook een deel krijgt.
  • Bestond een eigen onderneming al voor het huwelijk of geregistreerd partnerschap? Dan blijft deze privé. De partner die de onderneming drijft, moet een vergoeding betalen aan de andere partner. Vergelijkbaar met salaris dat in de gemeenschap van goederen valt.

Bewijs van eigendom persoonlijke bezittingen

Bij een scheiding moet u kunnen aantonen dat de bezittingen die buiten de gemeenschap van goederen zijn gevallen, van u alleen zijn. Het is daarom verstandig om van belangrijke bezittingen bijvoorbeeld de aankoopnota te bewaren.

Bij erfenissen of grote schenkingen is het verstandig het testament of de schenkingsakte te bewaren. Of andere documenten over de verdeling van de erfenis. Kunt u niet aantonen dat de bezittingen van u zijn? Dan krijgt uw ex-partner bij scheiding de helft van uw bezittingen.

Huwelijkse voorwaarden of partnervoorwaarden

Wilt u niet in gemeenschap van goederen trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan? Dan kunt u bij de notaris huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden afsluiten.

Wilt u tijdens uw huwelijk de gemeenschap van goederen omzetten in huwelijkse voorwaarden? Of uw gemeenschap van goederen omzetten in partnervoorwaarden? Uw notaris kan u hier verder over informeren.

Uw keuze staat los van de rechten en plichten binnen het huwelijk of het geregistreerd partnerschap.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Fiscale maatregelen uit regeerakkoord kabinet-Rutte III

Het regeerakkoord van het nieuwe kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie is bekend. Hoe zien de fiscale plannen eruit voor de komende kabinetsperiode? En wat betekenen die voor u?

Er gaat fiscaal veel veranderen, zowel voor particulieren als voor ondernemers. Diverse belastingtarieven zijn straks anders. Er komen bijvoorbeeld ook veranderingen in de fiscale behandeling van het eigen huis (het hoofdverblijf).

Hieronder staat een overzicht met enkele kabinetsplannen, onderverdeeld in de categorieën 1) Algemeen, 2) Eigen huis en 3) Ondernemers. In een aantal afzonderlijke blogs gaan wij binnenkort nader in op deze en andere onderwerpen uit het regeerakkoord.

1) Algemeen

‘Sociale vlaktaks’ in box 1

Waarschijnlijk in 2019 komt er een ‘tweeschijvenstelsel’ in box 1 van de inkomstenbelasting. Ook wel ‘sociale vlaktaks’ en ‘tweetaks’ genoemd. Dat betekent dat er dan nog slechts 2 tarieven zijn: een basistarief en een toptarief. Het basistarief van 36,93% blijft tot een belastbaar inkomen van circa €68.600 gelden. Voor belastingbetalers vanaf de AOW-leeftijd geldt een lager tarief omdat zij geen AOW-premie hoeven te betalen. Voor zover het belastbaar inkomen in deze box hoger is dan circa €68.600 is het toptarief 49,5% in 2019.

Aftrekposten stapsgewijs verrekend tegen basistarief

Vanaf 2020 zijn alle aftrekposten in de inkomstenbelasting nog slechts aftrekbaar tegen het dan geldende maximumaftrektarief van de hypotheekrente (2020: 46%). Vervolgens vindt een verdere afbouw naar het basistarief plaats (circa 37%). In 2021 is het aftrektarief 43%. Belastingbetalers kunnen alle aftrekbare kosten dan tegen maximaal dat tarief verrekenen. Zie hieronder bij ‘Eigen huis’ voor de voorgenomen maatregelen voor de hypotheekrenteaftrek.

Veranderingen in de belastingheffing over box 3-vermogen

In box 3 gaat het heffingvrije vermogen tijdens deze kabinetsperiode omhoog naar €30.000 (€60.000 voor fiscaal partners), mogelijk per 2018. In 2017 is deze algemene vrijstelling nog €25.000 (€50.000 voor fiscaal partners). Het nieuwe kabinet wil onder andere dat het rendement over het spaargedeelte voor de belastingheffing beter gaat aansluiten bij het werkelijke rendement. Daarvoor wil het nieuwe kabinet actuelere cijfers gebruiken. Stel dat dat per 2018 ingaat. Voor dat jaar gaat het dan om de gemiddelde spaarrente tussen juli 2016 (t-2) en juni 2017 (t-1).

Hoger btw-tarief op dagelijkse boodschappen

De dagelijkse boodschappen worden per 2019 duurder. Het lage BTW-tarief gaat dan van 6% naar 9%.

2) Eigen huis

Lager eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait, de bijtelling voor de eigenaar-bewoner, gaat waarschijnlijk per 2020 omlaag met 0,15%-punt. Het gaat om huizen met een WOZ-waarde tussen €75.000 en ruim €1 miljoen.

‘Hillen-aftrek’ gefaseerd afgeschaft

Als het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare (rente)kosten, dan zorgt een bepaalde aftrekpost ervoor dat dit positieve saldo tot nihil wordt verminderd. Deze ‘Hillen-aftrek’, een initiatief van het vroegere CDA-Kamerlid Hillen, is gunstig voor belastingbetalers die geen of een kleine eigenwoningschuld hebben. Deze aftrekpost komt gefaseerd te vervallen. Hiervoor trekt de regering een periode van 30 jaar uit. Deze periode begint waarschijnlijk in 2019.

Verdere beperking hypotheekrenteaftrek

Het nieuwe kabinet wil de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 verder beperken. In 2018 en 2019 is het maximale aftrektarief van de hypotheekrente nog respectievelijk 49,5% en 49%. Op basis van het regeerakkoord gaat de maximale aftrek in de periode 2020-2023 vervolgens steeds met 3%-punten omlaag. Deze tarieven zijn dan als volgt: 2020: 46%, 2021: 43%, 2022: 40% en 2023: 37%.

3) Ondernemers

Tarief in box 2 stapsgewijs omhoog

In box 2 wordt het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang belast, zoals dividend en de verkoopwinst op aanmerkelijkbelangaandelen. Het betreft in de praktijk vooral de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV. Het gaat bijvoorbeeld al om aandeelhouders van een BV met een aandelenbelang van minimaal 5%, eventueel samen met directe familieleden. Het tarief in deze box gaat volgens het regeerakkoord stapsgewijs omhoog. In 2017 is dat tarief nog 25%. In 2020 gaat dat omhoog naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%.

Lagere winstbelasting voor BV’s etc.

Onder andere BV’s gaan vanaf 2019 minder vennootschapsbelasting betalen over hun belastbare winst. Er zijn 2 tarieven. In 2017 is het tarief 20% voor de eerste €200.000 aan belastbare winst. Voor zover deze winst hoger is, is het tarief 25%. Voor 2018 lag al vast dat deze eerste belastingschijf van €200.000 zou worden verruimd tot €250.000. Het kabinet draait die maatregel terug, waardoor voor 2018 dezelfde regeling voor de tarieven gaat gelden als voor 2017. Vanaf 2019 gaan beide tarieven omlaag: in 2019: 19% en 24%, in 2020: 17,5% en 22,5% en in 2021: 16% en 21%.

Afschaffing dividendbelasting

Het nieuwe kabinet gaat waarschijnlijk in 2020 de dividendbelasting afschaffen. In 2017 is het tarief van de dividendbelasting 15%. Er komt wel een bronheffing op rente en royalty’s. Het gaat om uitgaande financiële stromen naar landen met zeer lage belastingen.

Na het regeerakkoord

Nu er een regeerakkoord is, zal formateur Rutte zijn nieuwe regeringsploeg gaan samenstellen. Naar verwachting zal de koning het nieuwe kabinet-Rutte III nog in oktober 2017 beëdigen op Paleis Noordeinde in Den Haag. Vervolgens kunnen de nieuwe bewindslieden aan de slag. De maatregelen moeten uiteindelijk worden omgezet in wetsvoorstellen. Tijdens de parlementaire behandeling kan dan in principe altijd nog wat veranderen. Uiterlijk woensdag 17 maart 2021 zijn er weer nieuwe Tweede Kamerverkiezingen.

Bron: financialfocus.abnamro.nl/ 10 oktober 2017

Hogere hypotheek voor tweeverdieners: wat brengt 2018 ons nog meer?

Veel Nederlanders krijgen te maken met veranderingen die op 1 januari 2018 zijn ingegaan, maar het zijn vooral trouwlustigen, huizenkopers en woningbezitters die hun huis met verlies verkopen die de gevolgen zullen merken. Het huwelijksvermogensrecht verandert, stellen kunnen iets meer lenen bij de aankoop van een huis en er komt een einde aan de aftrekbaarheid van de rente bij een restschuld die in 2018 ontstaat.

Hogere hypotheek voor tweeverdieners: wat brengt 2018 ons nog meer?

Vanaf 1 januari trouwt iedereen standaard in beperkte gemeenschap van goederen. Schulden of bezittingen die uitsluitend van een van de partners zijn, vallen buiten de gemeenschap. Bezittingen en schulden die van beide partners samen zijn, blijven dit ook na een huwelijk. Wel worden partners door het huwelijk ieder voor de helft eigenaar van de gezamenlijke bezittingen. Ook als hier bij de aankoop voor het huwelijk andere afspraken over zijn gemaakt. Wil je het anders regelen? Dan moet je naar de notaris.

Financiële gevolgen voor huizenkopers

Tweeverdieners en mensen met een hoger inkomen die in het nieuwe jaar een huis kopen, kunnen meer lenen voor hun hypotheek dan nu. Vanwege de stijging van de huizenprijzen gaat ook de Nationale Hypotheek Garantie omhoog. Wel gaat het maximale hypotheekbedrag omlaag naar 100% van de woningwaarde.

Einde aftrekbaarheid rente restschuld

Wie na 1 januari 2018 zijn huis verkoopt met verlies en geld moet lenen om het verschil te overbruggen, heeft geen recht meer op belastingaftrek van deze rente. Voor wie nu al rente betaalt over zijn restschuld verandert er per 1 januari niets en blijft de termijn van 15 jaar gelden voor de aftrekbaarheid van de rente.

Wat verandert er nog meer? De AOW-leeftijd stijgt met 3 maanden naar 66 jaar. De zorgtoeslag stijgt ook, hoewel het eigen risico gelijk is gebleven.

Persoonlijke situatie

De veranderingen in geldzaken pakken niet voor iedereen hetzelfde uit en hangen af van de persoonlijke situatie. Wijzer in geldzaken bedacht de online tool ‘Wat betekent dit voor mij?’, waarmee de gevolgen voor de persoonlijke financiële situatie inzichtelijk worden gemaakt.

Bron: amweb.nl/ 2 januari 2018

Nieuwe wet: trouwen in beperkte gemeenschap van goederen

Het initiatiefvoorstel ‘Beperking Wettelijke gemeenschap van goederen’

Met het initiatiefvoorstel is het de bedoeling dat je in de toekomst, als er geen huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld, niet automatisch in gemeenschap van goederen trouwt. Wel trouw je dan in een beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat bezittingen en schulden die vóór het huwelijk zijn gemaakt niet meer worden verdeeld na een scheiding. Ook erfenissen en schenkingen vallen er automatisch buiten, behalve in als er in het testament of bij de schenking een insluitingsclausule van toepassing is verklaard. In dat geval moeten schenkingen en erfenissen bij scheiding worden verdeeld.
Kortom, met de komst van het initiatiefvoorstel worden alleen de bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk zijn verkregen gedeeld.

Kritiek

Het initiatiefvoorstel is met de kleinste meerderheid in de Eerste Kamer aangenomen (38 tegen 37 stemmen). Dit betekent dat er niet een breed draagvlak voor het voorstel is. De tegenstanders zijn vooral bang voor rechtsonzekerheid en voorzien grote uitvoeringsproblemen. Er moet tijdens het huwelijk namelijk administratief heel goed worden bijgehouden wat tot welk vermogen behoort om bij scheiding tot een juiste verdeling te kunnen komen. In het verleden werd bij huwelijkse voorwaarden vaak afgesproken dat wat jaarlijks overbleef van het inkomen tussen de partners moest worden verrekend. Er is echter gebleken dat dit in het overgrote deel van de gevallen niet gebeurde, wat geleid heeft tot problematische echtscheidingen. Hoe zou de nieuwe wet op dat gebied uitpakken?

Inwerkingtreding van de wet

De nieuwe wet treedt op 1 januari 2018 in werking.

Bron: lambeckharms.nl/ 6 april 2017

Tijdklemmen KEW vervallen per 1 april

De zogeheten tijdklemmen voor kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten eigen woning komen per 1 april volledig te vervallen. Dat schrijft Staatssecretaris Wiebes (Financiën) aan de Tweede Kamer.

Wiebes had de Kamer toegezegd nadere informatie te sturen over de impact van het vervallen van de tijdklemmen voor de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Het parlement heeft daartoe vorig jaar een amendement aangenomen.

Geen massale afkoop

Wiebes heeft overlegd met DNB, AFM en het Verbond van Verzekeraars. “DNB en de AFM verwachten dat het laten vervallen van de fiscale tijdklemmen niet tot massale afkoop van deze polissen leidt, omdat afkoop veelal niet in het belang van de klant is. DNB geeft aan dat zij voor banken geen materieel nadelige impact van het vervallen van de tijdklemmen verwacht op de winstgevendheid, het eigen vermogen en de risicogewogen kapitaaleisen. Voor verzekeraars verwacht DNB dat de impact van een volledige afkoop van KEW-polissen gering zou zijn.”
Adequate informatieverstrekking door aanbieders is cruciaal, aldus de staatssecretaris, omdat consumenten nadeel kunnen ondervinden van het afkopen van hun polis.
Als de Kamer niet binnen drie weken bezwaar maakt, wordt de maatregel per 1 april bij koninklijk besluit ingevoerd.

Vereenvoudiging

Uitkeringen uit een KEW, SEW of BEW zijn vrijgesteld van belasting als ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premies of bedragen worden betaald. Zo niet, dan is het rendement belast in box 1. In bepaalde situaties zijn die tijdklemmen per 1 januari al vervallen: bij beëindiging van een fiscaal partnerschap, het krijgen van schuldhulpverlening, vervreemding van de eigen woning waarbij direct daarna nog steeds of opnieuw een eigen woning ter beschikking staat en bij ernstige financiële problemen. Het amendement voorziet nu in het volledig vervallen van de eisen ten aanzien van de premiebetaling. “Hiermee wordt de consument meer keuzevrijheid geboden en ontstaat een vereenvoudiging ten opzichte van de huidige praktijk.”
Wiebes wilde weten wat voor impact dat op aanbieders zal hebben. Het gaat volgens prognoses om zo’n 550.000 polissen, waarvan er 200.000 tussen de 10 en 15 jaar oud zijn. “Doorgaans is er pas na enkele jaren sprake van enig rendement waardoor de tijdklemmen vooral werking hebben in de periode na enkele jaren tot 15 of 20 jaren na aangaan van de polis. Voor een deel van deze polissen geldt dat afkoop met behoud van vrijstelling al mogelijk is op basis van de hiervoor genoemde maatregel.”

Verbond vreest veel afkopers

Voortijdige afkoop is doorgaans niet gunstig voor consumenten vanwege de hoge kosten en de lage opbouw. “Desalniettemin kunnen er andere redenen zijn die consumenten bewegen hun product af te kopen, ook als dit tot een, per saldo, negatief financieel resultaat leidt.”
Vooral het Verbond en de NVB verwachten dat afkoop op groter dan verwachte schaal zal plaatsvinden. Maar voor verzekeraars zal de impact klein zijn, denkt DNB. “In haar eerdere analyse gaf DNB aan dat bij een volledige afkoop van KEW-polissen de aanwezige solvabiliteit onder Solvency II met ongeveer 4%-punt daalt voor de sector als geheel. Er waren negatieve uitschieters tot 30%-punt voor verzekeraars met een relatief omvangrijke KEW-portefeuille.” De impact is nu lager omdat het aantal KEW-polissen is afgenomen, aldus Wiebes. “Een negatieve individuele uitschieter beperkt zich tot maximaal 25%-punt van de aanwezige solvabiliteit.” Ook voor Brede Herwaarderings-polissen (uit de periode 1 januari 1992-14 september 1999) komen de tijdklemmen te vervallen. Daar komt een apart beleidsbesluit voor. “Ook voor de afkoop van deze verzekeringen verwacht DNB een geringe impact. De achtergrond van de tijdklemmen is bij beide productgroepen dezelfde en daarom is er fiscaal gezien geen reden om hier een onderscheid in aan te brengen.”

Premievrije polissen

Het Verbond heeft nog aangegeven dat veranderende regelgeving niet goed samengaat met het langetermijnkarakter van de investeringen die verzekeraars doen. Daarover laat Wiebes zich verder niet uit. Hij denkt nog na over het ontzien van polissen die premievrij zijn gemaakt.
“Ik ben voornemens om in een beleidsbesluit in ieder geval goed te keuren dat personen bij wie de polis op de datum van dagtekening van deze brief voorziet in de (contractuele) mogelijkheid om de polis na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij te maken en hiervan gebruikmaken of hebben gemaakt, geacht worden te hebben voldaan aan de eis van gedurende de looptijd jaarlijks premie voldoen. Eenzelfde goedkeuring zal ik opnemen voor gevallen waarin sprake is van een overeengekomen verkorte premieduur met dien verstande dat ten minste 15 jaar premie moet zijn of worden betaald. In nader overleg met het Verbond en de NVB zal ik bezien of en zo ja welke gevallen aanvullend onder de reikwijdte van het besluit moeten vallen.”

 

Bron: amweb.nl/ 10 februari 2017

AFM: Hypotheekaanbieders moeten boeterente gaan herberekenen

Hypotheekaanbieders moeten voor duizenden klanten de in rekening gebrachte ‘boeterente’ voor de vervroegde aflossing van de hypotheek gaan herberekenen. Die verplichting vloeit voort uit de nieuwe leidraad die de AFM vanmorgen presenteert. De verplichte herberekening geldt voor hypotheken vanaf 14 juli 2016 en kan ertoe leiden hypotheekaanbieders een deel van de betaalde vergoeding terug moeten betalen.

Verschillende berekeningen

Uit het onderzoek concludeert de AFM dat de aanbieders allemaal dezelfde netto contante waarde methode hanteren om de ‘boeterente’ te berekenen, maar dat zij daarvoor verschillende berekeningen en variabelen hanteren. “De AFM is van oordeel dat niet alle toepassingen van de netto contante waarde-methode waarborgen dat de te betalen vergoeding voor vervroegde aflossing transparant, eerlijk of maximaal een weergave van het financieel nadeel is.” Op basis van de nieuwe leidraad moeten aanbieders de vergoeding gaan herberekenen.

‘10% van honderdduizenden klanten’

Om hoeveel hypotheken het exact gaat, is nog niet duidelijk. De toezichthouder verstrekt op dit moment slechts indicatieve getallen en stelt dat de aanbieders slechts is gevraagd informatie te verstekken op basis van fictieve klantprofielen. Na aandringen stelt de toezichthouder wel het volgende: “In 2016 maakten honderdduizenden klanten gebruik van de mogelijkheid om vervroegd af te lossen. Van deze groep klanten heeft circa 10% een vergoeding aan de aanbieder hiervoor moeten betalen. Zij betaalden gemiddeld een vergoeding van 5.000 euro.” De AFM stelt aan het eind van het jaar te gaan onderzoeken of de hypotheekaanbieders zich houden aan de nieuwe regels en is dan bereid eventuele verschillen tussen de percentages en getallen die banken hanteren te delen.

Nadeel voor aanbieder inperken

De nieuwe leidraad is opgebouwd uit vier uitgangspunten. Zo moeten aanbieders bij het berekenen van de vergoeding het bedrag dat op dat moment boetevrij mag worden afgelost in mindering brengen op het totale bedrag dat de klant vervroegd wil aflossen. Bij het bepalen van de actuele vergelijkingsrente moet de aanbieder rekenen met de hoogste naastgelegen rente voor de resterende looptijd. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de zogeheten rentebedenktijd. Uitgangspunt voor de vergelijkingsrente moet een LTV van 100% zijn, ook al is de LTV door aflossing in de loop der jaren gedaald. Ten slotte geldt dat aanbieders het oorspronkelijke contractuele aflossingsschema moeten hanteren. Grosso modo geldt voor deze uitgangspunten dat ze het nadeel voor de bank inperken, wat ook geldt voor de vergoeding die de klant moet betalen.

Reikwijdte leidraad

De AFM stelt nadrukkelijk dat de leidraad alleen geldt voor hypotheken die vervroegd zijn afgelost vanaf 14 juli 2016. Voor die tijd zijn de contractuele afspraken tussen aanbieder en consument leidend. De Kamerleden Ronnes en Omtzigt (beiden CDA) hadden hier daags na de introductie van de hypothekenrichtlijn al Kamervragen over gesteld. De norm, zoals opgenomen in de Bgfo, geldt ook niet voor rentemiddeling. De AFM stelt het “vanzelfsprekend” te vinden dat aanbieders bij rentemiddeling rekening houden met het klantbelang. Wel gaat de toezichthouder de komende maanden onderzoeken of dat daadwerkelijk ook zo is.

 

Bron: amweb.nl/ 20 maart 2017

Meer eigen geld meebrengen.

De hypotheekregels zijn de afgelopen tijd aangescherpt. Zo komen huizenkopers sinds 1 januari 2013 niet meer voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking als ze hun huis met een aflossingsvrije hypotheek willen financieren. Op zichzelf betekent – het volledig moeten aflossen – voor veel huizenkopers hogere gemiddelde maandlasten. Daarnaast wordt stapsgewijs elk jaar het maximale bedrag dat huizenkopers kunnen lenen (de LTV) teruggeschroefd. Konden huizenkopers in 2011 nog 110% van hun woningwaarde lenen en daarmee naast hun nieuwe woning ook de overdrachtsbelasting en de overige kosten koper financieren, sinds begin dit jaar bedraagt de maximale lening 101% van de waarde van het huis. Dat betekent voor de meeste huizenkopers dat ze eigen geld moeten meebrengen om een woning te kunnen kopen.Vanaf 01-01-2018 bedraagt de maximale lening 100% van de marktwaarde van het huis na verbouwing indien van toepassing.